Cotvooghel (pseudoniem voor Geerts Herman)

Naar: overzicht van alle auteurs

Geboren te Balen op 19 juli 1923 en overleden te Antwerpen op 10 december 2000, – 71jaar oud – na een tragische val in het lokaal van zijn geliefde “Fanfarke”. Zijn vader was een geboren Balenaar: Ferdinand Geerts was zelf een zoon van de Balense veldwachter Louis Geerts. Ferdinand (‘Nand van de garre’) Geerts huwde met een Balense schoonheid: Maria Julia Constantia Anna Schaevers (dochter van “de witte Schaevers”, een handelaar en vermogend man in Balen) en verhuisde naar Borgerhout. Voor de geboorte van de eersteling kwam het jonge koppel even terug naar Balen: Herman werd geboren bij zijn grootouders langs moeders kant.

Herman Geerts was dus door familiebanden zeer aan Balen gehecht. De familienaam “Geerts” betekende iets in het culturele, sociale en politieke leven van Balen tijdens een groot deel van de 20ste eeuw. Hoewel getogen in het Antwerpse, had Herman Geerts veel banden met – en een groot heimwee naar – de Kempense familieroots. Dat komt sterk tot uiting in de vele boeken en de kolderstukjes die hij schreef voor het satirische weekblad “’t Pallieterke”, onder het pseudoniem “L.H. Cotvooghel”. In zijn kinder- en jeugdjaren kwam hij met zijn jongere broer Karel tijdens de schoolvakanties logeren bij de Balense ooms en tantes en maakte Balen onveilig, samen met de buurtjongens. Nand Geerts, politiecommissaris van Borgerhout, hield de beide belhamels thuis wel onder de roe.

Na de lagere school in het “klein Sint-Norbertus”, maakte hij zijn humaniora af aan het Sint-Stanislascollege. Daar viel hij reeds op door zijn ongewoon literair talent en zijn “rumoerig” karakter: hij maakte zich sterk voor elke zaak die hem als rechtvaardig en goed voorkwam. De Vlaamsgezindheid van zijn vader heeft ongetwijfeld een grote invloed uitgeoefend op Herman Geerts.

Bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 werden alle jongemannen opgeroepen zich naar Zuid-Frankrijk te begeven voor een militaire opleiding bij de C.R.A.B. (Centres de recrutement de l’armée belge). Na doldwaze en compleet onzinnige weken keerde hij naar België terug en begon in september 1940 aan de rethorica (laatste jaar humaniora). Dat deed hij slechts onder zware vaderlijke druk, want eigenlijk wilde Herman zich scharen bij de “Nieuwe Orde” die grote indruk op hem maakte.

Na het behalen van zijn diploma trad hij toe tot de V.A.V.V. (“Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen”), waarin hij zich opwerkte tot verantwoordelijke voor de propaganda. Begin 1944 werd de V.A.V.V. ontbonden en toen de Duitse troepen aftrokken, sloot hij zich met een studiemakker aan bij die troepen en kwam terecht bij de FLAK (luchtafweer). Na de Duitse capitulatie in mei 1945 lukt hij er in zich enige tijd uit de handen van de repressie te blijven. Uiteindelijk wordt hij toch aangehouden en tot zware gevangenisstraf veroordeeld. Na een verblijf in enkele strafkampen, wordt hij in juni 1949 voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

Samen met een compagnon start hij een bedrijfje in de sfeer van de bedrijfspromotie, maar dat avontuur loopt gauw af. Via het circuit van gewezen repressieslachtoffers, vind hij tenslotte werk als bediende bij een fabrikant van betonproducten in Baasrode. Daar klimt hij op tot feitelijk bedrijfsleider en blijft daar tot het bedrijf over de kop gaat. Wat hij nadien tot aan zijn pensioenleeftijd heeft uitgevoerd, is onduidelijk. Kort na zijn voorwaardelijke vrijlating huwde hij in 1950 met Maria (Mimi) Van de Cauter uit Antwerpen. Uit het gezin wordt één zoon geboren: Guido Geerts.

Onder de schuilnaam Hendrik Holvenius schreef Herman Geerts talloze theater- en filmkritieken en kortverhalen. De muzikale vriendengroep “de Keurvorsteljke Filharmonie ’t Fanfarke – maatschappij voor vertier en kunst” – speelde een belangrijke rol in zijn leven.

In het tweedelige “50 jaar ’t Pallieterke – Vrij en vrank” door Hector Van Oevelen wordt over de “compagnon de route” L.H. Cotvooghel alias Herman Geerts uitvoerig de loftrompet gestoken. Uit het “In Memoriam” door zijn vriend Hector Van Oevelen in “t Pallieterke van 20 december 2000: “Herman was het sprekende voorbeeld van een eeuwig jeugdige Uilenspiegel, die jong en minder jong meer dan dertig jaar wist te bezielen, met een aanstekelijk enthousiasme, dat werd geschraagd door een schier grenzeloze fantasie…(…) Hij was een ontzettend belezen cultuurmens, een geducht debater met sterke dossierkennis, maar op de eerste plaats een onwrikbaar Vlaams-nationalist, wiens leuze levenslang is geweest: Vlaanderen eerst!”

Over de verschillende fasen in zijn levensloop schreef Herman Geerts uitgebreide verhalenbundels, de ene al sarcastischer en dwazer dan de andere. Enkele daarvan spelen zich gedeeltelijk in zijn geboortedorp Balen af en die vonden wij geschikt voor een heruitgave. Bij leven gaf Herman Geerts toelating aan Studium Generale tot het herdrukken van enkele van zijn boekjes met sterke “Balen-geur”, met name:
“Verhalen van mijn vader” en
“Rare vogels – een resem grepen uit het volle leven.”

Zijn weduwe en de uitgevers van ’t Pallieterke gaven op ons verzoek de toelating tot een herdruk van zijn
“Beelden uit mijn vlegeljaren” (2009). Voor dit laatste boek schreef redacteur Kamiel Mertens een uitgebreid biografisch hoofdstuk over Geerts. In november 2011 verscheen ten slotte de “Cotvooghel-omnibus”, een verzameling van zes onuitgegeven feuilletons.

Publicaties bij Studium Generale:
Rare vogels – een resem grepen uit het dagelijkse leven
Verhalen van mijn vader – memoires van een oud-Balenaar
Beelden uit mijn vlegeljaren
Cotvooghel-Omnibus